Miertje
Altijd lopen mieren
met z'n veertienhonderdvieren
in rijtjes
achter elkaar aan.
Totdat er eentje stil blijft staan,
die zegt:' Laten we linksom gaan."
En ja, dan doen
de tweehonderdtiende en de driehonderdelfde
daarna
hetzelfde.
Zo zit het dus:
in elke klas
en in elk kluppie,
heb je er eentje nodig.
Zo'n eigenwijs,
niet luisterend diertje.
Zo'n Superguppie.
Zo'n megamiertje.
(Edward van de Vendel)